• Gouden koppels
    Contact
  • Gouden koppels
    Ondersteuning
  • Gouden koppels
    Aandacht

Gouden koppels

 

Pelita heeft door het hele land meer dan driehonderd vrijwilligers die zich met ziel en zaligheid inzetten voor de doelgroep. Ze sjouwen met tafels voor een Masoek Sadja, leggen huisbezoeken af of coördineren de zorg binnen een regio. Wie zijn die vrijwilligers en wat drijft ze? En wat vindt de ontvangende partij ervan?

 

Eet-Contact-groep Eindhoven

Ankie Reurink-Waarts (60) organiseert en begeleidt tweemaandelijkse Eet-Contactgroepen in Eindhoven. Augusta (Guusje) Wolff Jardel (91) is een vaste bezoekster.


Ankie: “Ongedwongen samenzijn in een Indisch kader, dat vinden de mensen fijn; sommige bezoekers komen al twintig jaar! Van huis uit ben ik psycholoog en dat komt van pas om het gesprek een beetje te sturen. Maar meestal komt er vanzelf een thema, zoals Indisch eten, wonen, of de natuur. Ik ben zo’n twaalf uur per week bezig met de groepen, heb ook een aantal groepsleden aan de telefoon voorafgaand aan een bijeenkomst. Ze vinden het fijn om even met iemand te kunnen praten. De gezamenlijke geschiedenis is belangrijk voor deze ouderen. Bij aankomst in Nederland ging voor veel mensen de koffer dicht: Je had het niet meer over vroeger, je paste je aan. Maar je had altijd het gevoel niet goed genoeg te zijn. Dat leidt tot onrust, dat zie ik aan de bezoekers.


Wat ik heb toegevoegd aan de contactgroepen sinds ik twee jaar geleden begon is ‘meditatie met positieve affirmatie’. Dat betekent dat je mag zijn wie je bent, dat je van jezelf mag houden, ínclusief je onrust en je twijfel of je nou in Nederland thuishoort of in Indië.
Een van mijn bezoekers had echt last van die onrust, kon zelfs wat grof uit de hoek komen. Nadat we een paar keer gemediteerd hadden zei hij: “Het geeft me rust”.
En daar doe ik het voor. Maar voor mezelf haal ik ook veel uit de bijeenkomsten. Het is een warm bad en mijn eigen Indische roots worden aangesproken. Dit vrijwilligerswerk past perfect in de zoektocht naar mijn eigen identiteit.
Met Guusje heb ik van het begin af aan een speciale band. Ze doet me denken aan mijn moeder: Niet klagen, lief en bescheiden. Maar toch heel krachtig.”


Guusje: “Ankie haalt me wel eens op voor de eetgroep. Ik vind haar geweldig: Zo’n lief persoon tref je niet vaak. Ze is nooit kattig en laat je nooit meesjouwen, je wordt echt verwend. Bij de eetgroep voel ik me thuis. Iedereen kent elkaar goed en begrijpt elkaar zonder te kibbelen. We hebben allemaal zoveel meegemaakt in de oorlog, én daarna. Gelukkig kan ik wel aarden in Nederland. De mensen zijn niet onhartelijk. En Ankie is de beste. Zij lacht altijd.”

Gotong Royong Den Haag

Inge de Fretes (65+) is vrijwilliger van Gotong Royong Den Haag en omgeving en bezoekt regelmatig Ans Latuapon (88) in het verzorgingshuis.


Inge: “Ongeveer een jaar geleden werd ik op de Pasar benaderd door iemand van Pelita: of ik vrijwilliger wilde worden bij het nieuwe project Gotong Royong. In het verleden deed ik ook altijd ouderenwerk bij een seniorenproject, dus dat leek me leuk.

Mijn eerste ‘oudere’ was maar drie jaar ouder dan ikzelf. Na een tijdje ging het beter met hem en hoefde ik niet meer te komen.

Toen hoorde ik dat Ansje iemand nodig had. Wat een toeval: haar vader was de oom van mijn vader, we zijn dus familie!


Ik houd van oudere mensen omdat ze aan de ene kant hulpbehoevend kunnen zijn, maar aan de andere kant heel gemakkelijk in de omgang. Ik woon zelf tussen de ouderen, voor wie ik ook al van alles doe. Ik heb eigenlijk m’n eigen Gotong Royong in het klein. Ik vind het fijn om iets sociaals terug te doen. Daarom spreekt Pelita me ook aan. Zij hebben allerlei sociale projecten
waar ouderen bij betrokken worden. Dat is goed, want ik zie in mijn omgeving, dat ouderen met een Indische of Molukse achtergrond vaak geïsoleerd leven. Maar wat Pelita doet is niet beladen, het is gewoon leuk en gezellig.


Met Ans heb ik een familieband, ze geeft me het gevoel, dat ze blij is als ik kom. We ondernemen niet eens zoveel samen en komen het verzorgingshuis niet uit. Maar we bespreken veel en gaan samen naar de bingo of een muziekoptreden in de zaal beneden. Er zijn een keer spullen ontvreemd uit haar kamer; sieraden waar ze aan gehecht was. Ze was er echt kapot van. Toen kon ze haar verhaal bij mij kwijt. Ik ben heel blij, dat ik er toen voor haar kon zijn.”


Ans: “Inge zegt altijd: “U moet me bellen als u hulp nodig heeft!”, maar dat heb ik nog nooit gedaan. Ik ken Inge van huis uit. Ik ken haar moeder en haar vader en haar hele familie. Ik had haar al jaren niet meer gezien toen ze naar me toekwam bij de Masoek Sadja. Ze vertelde me, dat ze mijn vrijwilliger zou worden vanuit de Gotong Royong. En nu komt ze altijd naast me zitten bij de bingo.”

Masoek Sadja Sittard

Irene Wedding (74) is vrijwilligster van de Masoek Sadja in Sittard. Ze verzorgt de tombola en rijdt vriendin Yvonne heen en weer. Yvonne de Bruyn (72) is een vaste bezoekster.


Irene: “Het liep wat moeizaam toen de Masoek Sadja net was opgestart begin 2017, daarom heb ik me aangemeld. Ik had al ervaring als vrijwilliger, want naast mijn werk als onder andere filiaalleidster van een bruidsboetiek zette ik me altijd al in voor ouderenzorg en slachtofferhulp. Ik ben nu verantwoordelijk voor de tombola. En ik haal en breng Yvonne, want die heeft geen rijbewijs. Mijn man gaat ook altijd mee, die kan veel dingen niet meer zelf dus ik ben zijn mantelzorger.”


Yvonne: “Ik heb tien jaar lang de catering gedaan van de Masoek Sadja in Maastricht, tot het niet meer ging. Maar naar de Masoek in Sittard blijf ik gaan tot ik erbij neerval! Ik vind het fijn om mensen te ontmoeten met dezelfde achtergrond. Het eten, het doen en laten, wat we hebben meegemaakt: dat samenzijn geeft een goed gevoel. Ik ga naar alle kumpulans die er zijn. Ik heb zelf ook vijf jaar lang een Indische vrouwenkumpulan georganiseerd in Schaesberg. Dat Irene me haalt en brengt vind ik fantastisch. Ik kan zo goed met haar opschieten, we kunnen helemaal onszelf zijn bij elkaar.”


Irene: “Bij een vriendin hoef je niet altijd je zonnigste gezicht op te zetten. En wij kennen elkaar al zo lang: we hebben bij elkaar op school gezeten in Jakarta, na de oorlog. Ik ben pas in 1958 naar Nederland gekomen. Mijn vader, die een im- en exportbedrijf had, werd door de Indonesische overheid beticht van belastingschulden en kon daarom pas veel later komen. Mijn ouders waren al lang daarvoor gescheiden en sinds mijn moeder was hertrouwd, kon ik niet meer bij haar wonen. Dus ging ik met twee van mijn broers en mijn zus naar Nederland. Zij waren al ouder en kozen voor pleeggezinnen of zelfstandig wonen. Ik was pas dertien en heb de rest van mijn jeugd in internaten gezeten. Het voelt alsof je tussen wal en schip hangt, dat je niet echt bij een volk hoort.”


Yvonne: “Ik kwam pas op mijn zestiende naar Nederland, in 1962. Mijn ouders waren spijtoptanten maar, omdat mijn vader een Indonesisch paspoort had, werden we lange tijd afgewezen voor repatriëring. Ik heb datzelfde gevoel als Irene, daarom voelen wij misschien wel die liefde voor elkaar.
En daarom wil ik denk ik ook zo graag mensen met dezelfde achtergrond ontmoeten. Daarom is die Masoek Sadja zo geweldig.”

Cliëntondersteuning en coördinatie vrijwilligers Zwolle

Dit keer een gouden koppel met twee vrijwilligers, omdat de cliënten van Pelita Clientondersteuning te kort in beeld zijn om mee te kunnen werken aan deze rubriek.

Jitro Ubro (77) is vrijwilliger bij Pelita Clientondersteuning in regio ‘Groot Zwolle’.  Charles van der Spek (68) is zijn coördinerend vrijwilliger.

Jitro: “Mijn vrouw zei: Wordt het niet tijd om je in te gaan zetten voor je eigen gemeenschap?” In mijn arbeidzame leven als plaatsvervangend directeur p&o bij een grote multinational had ik het daar veel te druk voor. Hoewel ik toen ook al zag hoe de Molukse gemeenschap soms worstelt om zich staande te houden. Ik heb nu de tijd, ik heb de kennis om daar wat aan te doen en ik maak zelf deel uit van die doelgroep, dus waarom zou ik me nu dan niet inzetten?

Het balletje ging rollen toen ik een jaar geleden als lid van de participatieraad Zwolle, een adviesorgaan van het college van Burgemeester en Wethouders, op een Indisch/Molukse informatieavond was over Pelita Clientondersteuning. Zij helpen Indische en Molukse aanvragers van een WMO-voorziening in het zogenaamde ‘keukentafelgesprek’ met de WMO-consulent van de gemeente.

Het belangrijkste is dat je de mensen begrijpt en weet waar hun vraag vandaan komt. Dat lukt het best als je zelf kennis van hun geschiedenis en cultuur hebt. Ik heb een cliënt, wiens verzoek voor WMO-taxivervoer eerst werd afgewezen, tóch aan die zorg kunnen helpen. Door goed uit te leggen wat zijn culturele en historische achtergrond is. Zo’n WMO-consulent weet daar meestal niets van.

Charles is dan wel mijn coördinerend vrijwilliger, maar hij voelt zich niet te hoog om even een appje te sturen of te bellen: “Ik zit met dit-en-dit geval, wat zou jij doen?”. Hij is een aimabele man; je moet heel wat dingen overhoop halen voordat je met hém ruzie krijgt.“


Charles: “Dat Jitro op zijn leeftijd nog zo actief is, dat vind ik ongelooflijk knap. Hij weet alles van de WMO en de gemeente Zwolle en heeft een enorm netwerk. Ik had in het begin van onze samenwerking het idee dat ik wel even moest laten zien dat ik resultaten kon behalen. Maar blijkbaar is dat gelukt: we werken geweldig samen en hij is voor mij zelfs een klankbord. ‘Effe met Jitro sparren hoe ik dit moet aanpakken’ hoor ik mezelf vaak denken. Hij is een gouden greep.

Na mijn pensionering werd het tijd voor een ander leven. Ik heb een rijke maar drukke loopbaan achter de rug, onder andere in de subtop van het ministerie van Justitie. Nu ben ik naast coördinerend vrijwilliger voor Pelita Clientondersteuning ook vrijwilliger bij Gotong Royong. Dat past nog net bij mijn drie andere vrijwilligersbanen en het saxofoonspelen in een Indo-Country-Kroncongband. Vroeger had ik niks met die Indische achtergrond, maar die interesse komt blijkbaar toch als je ouder wordt.

Voor Pelita ben ik ook aan het netwerken. Samen met Jitro en Yvonne Boersma van Gotong Royong Zwolle maken we de plaatselijke politiek rijp voor cultuursensitieve zorg. Ook migrantenouderen beginnen nu te dementeren. Maar je ziet ze niet omdat de familie heel lang voor ze zorgt. Als die dan zeggen: ‘het gaat echt niet meer’, dan moet je ze wel op je netvlies hebben. Dat geldt ook voor de Molukse ouderen. Het is moeilijk tot die gemeenschap door te dringen, maar samen met Jitro kijken we hoe we ze langzaamaan toch kunnen bereiken.”